Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( l«7 )

alleen (trekken om uwen ftaat te vergrooten, zo kweekt gij tevens luiheid aan,enuwehuizen zijn een lokaas, het welk veelen van het arbeiden aftrekt en afkeerig maakt.

Zijt gij milddaadig jegens den armen en noodlijdenden , God zegene u daar voor Maar zijt gij mild jegens eiken luiaart, die onbefchaamd genoeg is den huichelenden bedelaar te fpeelen, ziet ! in ftede van u te kwijten, van den pligt der menschlievende weldaadigheid , verfpilt gij uwe gaaven, die den armen zouden verkwikt hebben ; en gij hoe welmeenende, werkt mede tot ondeugd en zedenloosheid, meêr dan tot het heil uwer natuurgenooten.

Het is niet, Medeburgers! dat ik, door deeze aanmerkingen, u zoude zoeken wars te maaken , van de liefdaadigheid, dien gij voorheen aan anderen, het zij door eenen gemaklijken dienst, het zij door liefdegaaven betoondet, ö neen! Niemand is in mijn oog meêr benijdenswaardig , dan hij , die zijnen naasten weldoen, ongelukkigen helpen en verkwikken kan. Geen gelukkiger lot dan dat van job (, *), die van zich zeiven daarom te recht zeide : „ Als een oor mij hoorde , „ zo hield het mij gelukzalig ; als een oog „ mij zag , zo getuigde het van mij; want „ ik bevrijdde den elendigen, die riep; den „ wees, en, die geen helper had ; de „ zegen des geenen , die verloeren ging, „ Cdie reeds aan het zinken was, maar door „ mij nog tijdig geholpen wierd,) kwam op

O Job. XXIX. n. " miJ*

Sluiten