Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 143 )

Wanneer de mensch beter bekend wierd met de menigerleië edele vermogens van ligchaam en ziel, zo zou hij gevoelen, wat hij al zou kunnen verrichten; het gevoel zijner krachten wekt natuurlijk moed, lust en ijver, om daar mede werkzaam te zijn ; dan verdwijnt reeds die harsfenfchimmige leere, als of de mensch eigenlijk tot rust en gemak beftemd, als of het werken hem als een last en ftraf opgelegd was ; ledigheid begint hem als lastig en verdrietig; werkzaamheid als aangenaam; het verrichten van veele groote daaden, als een wenfcheiijke zaak, het voorbijftreeven van andren, als een zeer genoeglijk werk in de oogen te blinken. Helde>4r en fterker zal dit licht worden , door den mensch verder voortehouden.

De neigingen en begeerte, die hem natuurlijk eigen zijn, met zorgvuldige afzondering van die ongeregelde wenlchen, die hem door opvoeding, verkeering en gewoonte aangeleerd zijn. ö

Immers zijn de neigingen, eigenlijk da drij veêren van werkzaamheid, zo heeft men Hechts de eigene behoeften en begeerten van den mensch , uit den baijerc van verwarring, ten voorfchijn en in vrijheid te ftellen,en het eerfte gevolg zal zijn, dat de mensch zelf eene hartelijke begeerte, eenen fteiken, innigen, aandrang gevoelt tot werken, ten einde zijne neigingen, de zogewenschte voldoening te verfchatlen. h Wanneer zulke onderrichtingen eenigen indruk gemaakt, en den grond tot goed redelijk

Sluiten