Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ï44 )

lijk, gedrag gelegd hebben, dan volgt van zelve:

2. Dat men verder de eigene waarde, beftemming en het waar gelid* van den mensch na-Ier ontwikkele, en duidlijk bepaale.

ö ! We.ke fchoone onderwerpen ! hoe bitter is de onkunde, hoe jammerlijk zijn de vooröordeelen, die hieromtrent heerfchen. Welk eene fchande voor het menschdom; dat, na zo veele eeuwen, zo menig een, nog zo jammerlijk onweetend is, omtrent het geen, hij het eerst moest weeten, en de grondflag van ziin gedrag en leven behoorde te weezen.

Verftand, vrijheid, werkzaamheid, geftadig toeneemende volmaaktheid , ontterliijkheid , een kind van God, een wezen van aangeleegenheid, in den rei der gefchapene dingen; het hoofd der aardfche fchepping! — ö Mensch! hoe uitneemend is uwe waarde; hoe heerlijk uwe beftemming; hoe groot zal uw geluk zijn, indien gij daaraan beandwoordt.

Denkt en beandwoordt lteeds hier aan, Medeburgers! leert uwe onkundige, bevooroordeelde natuurgenooten , hunne waarde, hun waar gelu'.t kennen, gij zult aldus fieraaden, weldoeners van het menschdom worden.

3. Vervolgens ontdekke men, den mensch aan zich zeiven, als burger eener Maatfchappij , met bijvoeging der betrekkingen, waarin hij geplaatst, der pligten , tot welker waarneeming hij verbonden is, en van den invloed welken zijn gedrag zal hebben, op het heil en de welvaart van het algemeen.

Men moet volftrekt het volk onkundig houden, van hun waar belang, voor hun

ver-

Sluiten