Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE GESPREK.

h rc n d. Zijn 'er nu geene Vóórtsektntn meer te behandelen?

goedh. Wij zullen ten minsten, denk ik» niet nodig hebben 'er meer op te noemen, om u van derzei ver ongegrondheid en fchadelijkheid te overtuigen. Ik zal u liever bekend maaken met een anderen vijand,die te gelijk een van onze beste vrienden is, als wij 'er maar meester over kunnen blijven.

Jac. Dat moet dan wel een heimelijk vriend zijn: ik weet ten minden niet,'er ooit iets van befpeurd te hebben.

goedh. De heimelijke vrienden ziin ook veeltijds beter dan zij, die de vriendfchap het meest in den mond hebben. De vriend, welken ik bedoel, is de vekbeëldings-

kr ac h t.

jac. Kunnen wij van zijne werking dan niets gewaar worden'?

goe o h. 6 Ja, zeer dikwijls: wanneer gij iemand ziet geeuwen, en daar door ook neiging tot geeuwen gevoelt, is dit niets anders dan een werking van de verbeelding op het ligchaam; het Watertanden, bij het gezicht van fmakelijke fpijzen; het walgen en braaken, bij het zien of hooren verhaalen van onaangenaame zaaken; het flaauw worden, wanneer men bloed ziet: dit alles wordt door de verbeelding veroorzaakt. Door deeze werking

is

Sluiten