Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 48 )

goedh. Weet gij 'er zulke?

„»,HE,N.D'-- M'l dunkt' als iemand een voorgevoel krijgt dat een ander fterven zal, en dit komt eens net zo uit, dan kan hij evenwel door de inbeelding niet geftorven zijn.

menA °* Cen £6Val is mij J'uist overSekogoedh. Laat ons eens hooren. jac. Ik droomde op een nacht eens heel benaauwd; allerhande lelijke gezichten kwamen mij voor oogen: dan zaten mij de moordenaars achter na; dan was het weêr of alles 2 tiuï en.JvIam Rond: Eindelijk hoorde ik de k ok luiden; dat had nog niet lang geduurd, of daar zag ik een gantfche lijkftaatfe, en mn zeiven, deftig in het zwart, daarachter. Ik wierd geheel onfteld wakker; het lag mij als een fteen op het hart, terwijl het benauwde zweet mij aan alle kanten van hét hjf liep. Lieve hemel i dacht ik, moet 'er nu alweer een lijk weezen? want daags te vooren had ik mijn oom helpen begraaven Mijn vrouw vreesde eerst, of het mijn ei gen begravenis niet wel beduiden moat- maar dit wistik wel beter: want ik kon^mmS

hjkVganan tCgelijk hS

goe oh. Neen, dat was wat al te druk' maar wat volgde op dien droom 2

jac Ik kon maar niet uitvinden, wien het gelden zou; doch het duurde niet hmï of er ftierf een vrouw in de buurt en ik ging ook mede achter het lijk, net zoo'afe n het in den droom gezien had. S lk

goed h«

Sluiten