Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 6ï )

een aekeren tijd,honderd menfehen bi] u, om te weeten hoe lang ze nog te keven hebben; gij hebt dan niet anders te doen, dan den tijd van den éénen te bepaalen, bi] voorbeeld op een iaar,dien van een anderen op zestien maanden, van den derden op vijf jaaren en zo vervolgens, al naar dat uw hoofd het opgeeft, denkt gij niet, dat 'er van dit aantal menfehen niet wel ten minsten één op, ot omtrent bij den bepaalden tijd, zou derven?

hf.nd. Ja dat geloof ik wel; maar dat was 'er toch maar één.

goedh. Dit is ook voor eerst genoeg; van de negen-en-negentig andere zou met eens gefproken worden, en op het gerugt van dien éénen kwamen 'er wel-weêr driehonderd nieuwe, gij zoud een grooten naam maaken en nog rijk worden daarenboven-

hend. Dat heb ik nooit zo ingezien; doah het kan op zo eene wijze heel wel aan-

^gqedh, Is het niet genoeg, zo heb ik nog een hulpmiddeltjen aan de hand: als gij. zelf iemand om hals brengt, dan kunt gij toch lin zijnen dood vooruit bepaalen. h*nd. Lieve hemel! dat zal toch nooit

gcgoedh.jnWaarom niet? daar toe is niets anders nodig dan flechts geen geweeten te hebben; en dit is immers bij zuIk eene kostwinning niet onmogelijk.

tAC Maar evenwel de vrees voor ftraf, men vermoord toch de menfehen zoo maar

nkt- o o e d n.

Sluiten