Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE GESPREK.

hend. Nu ben ik zeer verlangend om van s p o o k e n iets te verneemen ; ik heb er we! veel van hooren praaten, maar ik kan 'er toch geen denkbeeld van maaken, wat eigenlijk een Spook is.

goedh. Gij zijt waarlijk de eenig'ieniet, die daar mede niet te recht kan komen : de geheelc fpookenwinkel is zoo verward, dat 'er kop noch Haart aan te vinden is, en men heel bezwaarlijk ontdekken kan,wat de menfehen van ouds af door een fpook verftaan hebben.

jac. Een fpook is immers een geest?

goedh. Maar men fpreekt van zoo veelerlei foort van geesten, dat 'er naauwlijks begin of einde aan is. Om den kortften weg in te liaan, zullen wij maar voornamentlijk door zoogenoemde fpooken verftaan , de verfchijvingen der geesten van geftorvene menfehen; en dan koomt het er maar op aan, of'er zulke verfchijningen waarlijk gebeuren. Hoe kunnen wij dit nu best weeten?

jac. Door ondervinding: als de menfehen 2e gezien hebben, dan zijn ze 'er ook.

'goedh. Daar zou nog al wat tegen te zeggen vallen. Als gij mij verhaalde, dat u een fpook verfchenen was, zou ik toch met recht mogen twijffelen, of gij wel goed gezien

Sluiten