Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 80 )

ons evenwel een prooi afwinnen kan, zal hii het niet laaten. . 1

goedh. Dat wil ik u nu eens toetenmen; maar waarom zou hij dan juist op" aarde verfchijnen?

. JAC- Om de menfehen een fchrik aan te jaagen ; ik beef ten minsten als ik 'er maar om denk.

1 goedh. Dat koomt , omdat gij van de jeugd aan u den duivel hebt voorgeteld, als een ijsfehjk monster, met boksvoeten , hoornen en een Haart: kortom zoo Jeelijk als de uitfpooriglre verbeelding hem maar fchilderen kan; en ik geloof eerder, indien hij zich vert >onde , dat hij 'er heel mooi en inneemend uitzien zou. Over de gedaante van den Duivel vinden wij in de H. Schrift niets maar wel dat hij meer werkt door list dan door geweld. Hier op ziet het zeggen van paulus, dat hij zich verandert in een Engel des Lichts (+ . Het zou dus in het geheel zijne zaak met zijn , de menfehen een fchrik aan te jaagen, maar wel om hen te vleijen en te verleiden. Waarlijk, mijne vrienden ! men heeft te veel ontzag voor den duivel, en te weinig vertrouwen op het weldadig Opperwezen ! Wanneer wij God iïeeds voor oogen houden en naar zijn gebod ons leven trachten interichten , hebben wij met den duivel weinig te maaken , ten minst«n omtrendziineligchaamelijke verfchijning kunnen wij vrij gerust zijn, wat ook het bijgeloof ons daar van vertellen wil.

hend.

C) Tweede Brief aan de Corinth. Hoofdft. XI. vs. 14.

Sluiten