Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 86- J

krampachtige beklemnfng van de borst, belemmerde ademhaaling en verftijving der lede maten. Gij weet dus, jacob! wat gij doen moet, om het niet weêr te krijgen ; cn zoo' het u overkomt, tracht dan terflrond overeind te rijzen , en wel zonder ergens voor te vreezen; want menfehen, die den duivel in het fpel mengen, hebben het altijd nog erger dan anderen, om dat de fchrik en de angftige verbeelding hen nog benaauwder maakt. Behalven de nachtmerrie, verhaalt men nog van Kaboutermannetjens; dit zouden goedaartige geestjens zijn , die de menfehen , op welke «ij een goede muts hebben, allerhande dienften doen, zelfs het dageli ks werk voor hen waarneemen. Dan hebt gij noch Kobolden, of zoogenoemde Kwelduivels, die zich vermaaken , met in de huizen alle het huisraad van den wand te werpen, en dan te fchateren van lachgen ; Nikkers of lTater geesten, die de menfehen bij zich in het water trekken, of de kinderen gaarn medeneemen en nikkers kinderen in de plaats leggen, en veele andere dwaasheden , tegen welke ik u niet meer zal behoeven te waarfchouwen.

h e nd. Waar mag ai dat helfche tuig van fpooken toch wel van daan koomenv

cotDo. Gij hebt gezien, hoe weinig rekening wij, in fommige omftandigheden", op onze zintuigen maaken kunnen; gij kent daar bij het groot vermogen der verbeelding. Zou het wel re verwonderen zijn, zoo hier uit alleen fpooker'jen gebooren wierden ? vooral daar men 'er zoo veel van hebben kan als men maar wil, zonder dat ze eén duit kosten.

Sluiten