Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( ioo )

met een wit hembd en ketenen aan, daarints doen rondloopen. Zoo haalden twee dieven, in het wit gekleed, verfcheiden fchaapen uit een ftal, welke zij, op een baar met een wit kleed bedekt, wegdroegen; de eigenaars aanfchouwden dit fpel van verre, maar durfden zich met geesten niet inlaaten. Om een kasteel , de woonplaats van een onlangs overleden Procureur, tot hunne wdoning en werkplaats te krijgen, wisten eenige ftruikroovers en valfche munters in Frankrijk zich van het bijgeloof der bewooneren meesterlijk te bedienen.

hend. Hoe leiden zij dit aan?

goedh. 's Avonds na de begraffenis ging de Luitenant der bende , die alles van te vooren wel afgekeken had, ftilletjes in de kamer van den Procureur sluipen, met vier mannen , die hij op onderfcheide posten verdeelde ; daar begon hij de gordijnen fterk op en neer te fchuiven, ftoelen en tafels om verre te werpen, en te jammeren , even als een mensch, die gepijnigd word. De weduwe, die alleen in een kamer was, nam fchielijk de vlugt naar de keuken, lntusfchen verhef zich een ijsfelijk geraas aan de vier hoeken van het flot; men hoorde verfchrikkeüjke ftemmen, welke elkander de ziel van den Procureur fcheenen te betwisten, en men zag niets dan vuur en vlammen van piltoolen en moordflagen. Nu verfcheen de roover, hebbende een laken om het hoofd, met roode vlammen befchilderd; hij was met ketenen gekluisterd, had een fakkel in de hand en wierd omringd en voortgelleept door de vier andere, welke

als

Sluiten