Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( io3 )

Procureurs vertelde, en befloot dit geval zelve £ onderzoeken. Hij klopte aan de buitenfte deur; de beer trok fchiehjk zijn ruisen rok aan om open te 'doen. ,, Ik zie

een beer," zeide de grenadier, welke den 'officier vergezelde. „ In de hel zijn geene

beeren, hernam de andere; geef maar vuur, " wij zu len zijn huid verdeelen.' De. beer deeTopen, de officier hield hem het piftojl in het oor, en deed hem tuimelen: ,, Zie

daar al één, die aan ons is, ze.de bij - laat "ons zen of 'er andere zijn.' 'Hier optraden zij binnen. De roovers hadden het. fcliot Sooid. RoQUMROi^die, bij afwezigheid 5a den kapitein, weder het fpookcomande had deed zijn volk de kleederen aantrekken, weTke S tot zijn oogmerk gefchikt rekende Midderwijl hadden de officier en grenadiei de deuren opengebroken; en nu vertoonden zich drie zeer Groote mannen in het zwart gekleed, S foor vier of vijf andere zeer wonderde Gedaanten; de officier begroete hen met kogelt en zij verdweenen. Aan alle kanten S men flangen en andere vergrftige dieren over dl kamer lopen. De grenadier wist .er Se te grijpen, en zag , datzevan papier gemfakt w&are£, en zeer kunftig door veeren fn beweging gebragt wierden. De roover meikte^ wel dat dit^ geene menfehen waren, waarop de vrees eenigen vat had. Hen om hals « brengen was weinig moeite; maar dit

Ir (leri e eevolgen hebben bij het regiSdl nabWchapdag. Men kon £n evenwel ook zoo niet laaten heen gaan, 5vrÏÏ dat het bedrog daar door aan den

Sluiten