Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 129 )

geen man, die de gewoonte had zich in huis optefluiten; daar bij kon hij zijne groote ligchaamsgeftalte niet verbergen. (*;

11 end. Zij hield zich echter of zij hem niet kende.

goed h. Dit wa-s nodig om hem te beproeven ; ook kon zij in dien tijd haare gedachten bij één vczamelen. Saul nu zwoer haar bij den heere, zeggende: zoo waarachtig ah, de h e e r e leeft, indien u een flraffe om deeze zaak zal overkoomen! L'eeze allergewigtigfte eed ftelde 'haar volkomen gerust , en konde haar te meer bevestigen in het denkbeeld , dat het de Kon mg was : want niemand anders kon haar zulk eene verzekering geeven. — Toen zeide de vrouwe: wie zal ik u doen opkoomen? — En hij zeide, doe mij s a m u e l opkomen. Toen nu de vrouw s a m ue l zag , (of veinsde te zien: want waarom zou saul hem anders ook niet gezien hebben?J zoo riep zij met luider 'ftemme , om den Koning , wiens hersfenen reeds verward, en wiens zenuwen door den honger ontdeld waren, nog meer te verbaazen . en fprak tot saul: waarom, hebt', gij mij bedroogen ? want gij zijt saul. — Mi was het tijd om den Koning bekend te m.iaken, dat zij hem wel kende, om dat de vöórzegidng, die zj doen • moest , op hem toepasfelijic moest gemaakt worden.

hen d. Maar waarom het juist op dit oogenblik gezegd i goedh. Dit was grootfpraak, om daar

door

C*") 1 Boek samuel Hoofdft: IX. vs. u l

Sluiten