Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C '35 )

cn nu vooral rees hunne angst ten top, daar zij rondsom fcheenen in vuur te Haan. De rok en muts van den bezweerer waren met vlammen getekend, zelfs zijn degen wierp heldere (traalen van zich af; een vuurig doqdsgeraamte met vlammende oogen hield, uit een hoek der kamer, twee fchitterende piftoolen op hen aan, en, onder een geweldig gehuil en getier, vergezeld van blixem en donder, vertoonde zich de verlangde geest, in de gedaante van een man met een langen baard, een mantel om, en een boek onder den arm. „ Wat wilt gij?" zeide de geest: „ u bedan,, ken, andwoorde hend rik, voor de „ kunst: welke gij ons hebt nagelaaten. „ Gij kunt dit alleen doen, hernam hij, door „ een vlijtig gebruik te maaken van mijne uit„ vinding " Naauwlijks was dit woord gefproken , of een andere geest, jonger van gedaante, ook met een boek in de hand, (lelde zich nevens hem, en fcheen hem de eer der uitvinding te willen betwistca; de braaye koster echter wilde zich met met hem inlasten en verdween. Maar nu trad een derde Perzoon op, en deeze was — fchrik niet , waarde Lezer! de baarlijke duivel, en wel zoo een lelijke duivel, als 'er ooit in iemands herfenen verzonnen is. De geest van faustus, want die was het, wilde eerst no°- eenige redewisfeling houden; maar de heffche geest greep hem zeer onzacht in zijne klaauwen en zonk met hem naar beneden. _ Op dit tijdftip loste het geraamte Zijne piftolen , het donderde en blixemde; en, in één oogenblik, was alles ftil. Iwee ' I 4 bran-

Sluiten