Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( i87 )

gehouden worden, wordt in 't werk gefield; daar het toch np zijn minst zeer twi'ffelachtigis, of de Duivel, ook nu nog na dat jesus deszelfs rijk verftoord heeft, wel magt bezit om in den mensch te vaaren, en hem als een lijdelijk werktuig te bezielen of te kwellen. — Doch al eens toegedaan zijnde, dat de Duivel ook nu nog magt heeft, om, het zij in eigen Perzoon, het zij door middel van Hèkfen en Toveraars, op zulk eene wijze de menfehen te bezielen en te paagen , is het dan nog te denken, dat de Duivel zich ook zal laaten gebruiken om zijne eigene werken wederom;te vernietigen, cn op het commando van den eenen of anderen zijner fiaaven van zijn kwellingen zal afzien, en dén bezetenen of behekften zal verhaten? Getuigt jesus niet (JSdatth. Xlï: 15.) „ Dat een rijk, het welk „ tegen zjch zeiven verdeeld is, niet kan be., liaan welk gezegde van den Heiland hier zo veel te meer afdoet, daar hij hetzelve bezigde om te betoogen,dat de eene Duivel den anderen niet uitwerpt. — „ Maar, zegt gij , „ worden niet veele Duivelsbezweeringen door „ het aanroepen van Gods naam, of liet ge', bruiken van Gods woord, verricht?" Dit word wel van lommige voorgewend,doch met even weinig grond als het voorgaande. Het ftrijdt toch regelrecht tegens Gods heiligheid, dat hij met zijne almagt een dienstknecht zoude worden van menfehen, die dikwijls van ten zeer ilecbt zedelijk gedrag zijn. Daarenboven doet God geene wonderwerken, dan om de gewigtigfte redenen en tot de verhevenfte oogmerken, vooral ter bevestiging van de waarheid

■ H, ♦

Sluiten