Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 213 )

de kunstftukken van zekeren demetritjs. Hoe zeer deeze vooroordeelen met den Kris. telijken Godsdienst ftrijden,kan mede daaruit blijken, dat naar maate het Kristendom meer veld won en zuiverder beleeden werdt, naar die maaie ook deeze vooroordeelen meer en meer verdweenen; terwijl zij, bij de verbas tering van het Kristendom en de verdonkering van het helder licht van 't Euangelie, op nieuw ten voorfchijn traden , maar ook wederom door de hei (telling van het zelve verminderden : zo dat 'er in deeze verlichte XVIllde eeuw Hechts geringe overblijfzels meer van dezelve te be(peuren zijn.

Zo nadcelig zijn deeze vooroordeelen voor den waaren Godsdienst, en deszelfs gelukkige uitbreiding en verlichting in het gemeen.

2* Dan niet minder nadeelig Zijn dezelve voor veele van deszelfs pligten in 't bijzonder. Door het geloof aan waarzeggerijen, toverijen, fpookeriien en wat dies meer is — wordt de eerbied, dien wij aan 't Opperwezen veri'chuldigd zijn , aanmerklijk gekrenkt , daar men door deeze bijgeloovige begrippen dikwijls vervoerd wordt om verdichte wezens, of bloote fchepfelen , meer te vreezen dan den oneindigen god, en aan deeze fchepfelen een vermogen toe te kennen, 't welk god alleen bezit, is dit niet eene verlochening van den waaren god, en eene fnoode ontëering van hem ? — Hoe zeer wordt de liefde gods door deeze vooroordeelen uit het hart verbannen, daar men door dezelve in den waan gebragt wordt, dat het volmaakte Opperwezen mêedoogenloos genoeg zoude

" G 3 kun-

Sluiten