Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 436 )

hem: „ Wien hij begeerde dat zij uit het rijk der dooden zoude doen opkomen V Het

andwoord was „ samtjel" (vs. ti).

Nu begaf zich de vrouwe waarfchijnlijk in een ander vertrek (immers vs.2,1. leezen wij, dat zij na het eindigen haarer waarzegging bij saul kwam, 't welk fchijnt té onderdeden, dat zij geduurende dezelve niet bij hem tegenswoorelig was) en riep weldra dat zij den begeerden perfoon al zag opkomen; met een, als in verbaazing, 'er bijvoegende, dat zij uit deszelfs houding als anderzins merkte dat de vermeende vreemdeling de Koning saul zelf was (vs. ia). — Dan saul ftelde haar over deeze gewaande ontdekking gerust,enverzogt haar hem eene befchrijving te geeven van den perfoon, dien zij zag opkomen (waaruit ten duidelijkften blijkt, en hier moet wel opgelet worden, dat saul niets met eigen oogen zag); zij was hier op aanftondsgereed,en gaf de volgende befchrijving van den voorgewenden geest: „ Ik zie eenen eerwaardigen perfoon (jn welken zin het woord Elohim, door Goden hier vertaald meermaaleu voorkomt) uit den grond oprijzen; het is een achtbaar Grijsaard, met eenen ftaatigen mantel bekleed." Door welke befchrijving een ieder, die samuel gekend hadt, deezen eerwaardigen Profeet gemaklijk konde herkennen, gelijk dan ook saul daar uit bcfloot, dat het gewis samuel was: waarom hij aan deezen harfenfehimmigen s amuel, van wien hij niets zag, de dieplie eerbewiizing toebragt (vs. 13, 14.) — Thans begint de doodenoproepder met haare kunst

van

Sluiten