Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ZONDE. 1$

ziel verlaat ons grof, zigtbaar ligchaam; wij leggen de aardfehe hut af, die wij hier bewoond hebben, maar omtrend onze ziel, grijpt, geene verandering plaats. Wij treden dan iii geen eigenlijk gezegd nieuw leven , maar in qenen nieuwen toeftand van ons leven ; wij worden in eene nieuwe ftandplaatfe gevoerd; wij zetten het hier aangevangen leven voort in andere omftandigheden; wij blijven dezelfde menfchen , met dezelfde geest vermogens uitgerust; onze genegenheden, onze heerfchende driften, onze vatbaarheden, onze bezigheden blijven dezelfde. De verandering , die met den menfeh in den dood' voorvalt, vernietigt of verandert niets van dit alles. Onze toekomende werkfaamheid, ons toekomend lot Haan dus in eene naauwe, onverbreekbare verbintenis met de tegenwoordige gezindheden, en daden. Wij houden niet op te zijn , die wij hier waren , 'maar wij gaan hierin voort. —■ Wat volgt nu hier uit? Dit; dat, daar het voor den ondeugenden onmogelijk is hier gelukkig te zijn, het voor hem onmogelijk blijft — dat de natuurlijke zoo wel als de ftellige ftraffen van den Opperften Rigter , (die waarfchijnlijk zijne boze gezindheid zullen aanvuuren, en in helfche vijandfehap tegen God doen losbarsten) het geluk al meer en meer van hem verwijderen zullen — dat het misfen van B 5 ver-

Sluiten