Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ZONDE. 27

ke ondeugd, in het toekomftig leven de ijsr felijkfte rampzaligheid onvermijdelijk volgen moet.

De dwaze , verblindde mensch moge zig vleien in zijne zonden , met eene hoop op

Gods Barmhartigheid , niets is gewisfer

wat het bedrieglijk hart zeggen moge als

.dat deze hoop bembefchamen, droevig te leurftellen , dat zij tot rook en damp verdwijnen zal. Indien er een God is, die de waereld beftiert, dan moet er onderfcheid zijn tusfchen geloof en ongeloof, deugd en ondeugd; dan moeten de gevolgen verfchillend zijn; dan moet het lot van den gelovigen heiligen, en het lot van den ongelovigen, ondeugden met ongelijke fchalen worden afgewogen. Het moge voor den flaaf van lage en verfoeielijke driften eene nietsbetekenende kleinigheid , eene geheel onverfchillige zaak zijn, of hij aan het oogmerk zijner fchepping beantwoorde, dan niet; of hij zijne natuur verkragte , dan niet; of hij het bloed der verlosfing met voeten trappe, dan niet; of hij de lesfen der Openbaring, der reden, en des gewisfens opvolge, dan niet; of hij zoeke zigzelven te beheerfchen, zijn vleesch te doden, dan niet; God oordeelt hier anders over, zijne gedagten verfchillen van der dwaze menfchen gedagten Hij toont dit reeds in

dit

Sluiten