Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TempeLi 40

van Godsdienst hingen; die met vervvagtingen van eenen anderen aart fpotteden; die alle nauwgezette, tedere godzaligheid befchimpten—> met zulke menfchen omringd te zijn, en evenwel moeds genoeg te hebben, om iets hogers vastteftellen, en van God te hopen, om het onzigtbaar toekomende als zigtbaar te geloven, dit geloof aan anderen aanteprijzen , dit toont eenen fterken , mannelijken geest. Was er één man in Israël, die regt had op Gods bijzondere

gunsten één man, die verdiende getuige

te zijn van het heil, dat God voor zijn volk bereidde , dan was het Simeon,de vrome, aan-, biddende verwagter van Israels vertroostinge. Maar, waar toe zoude hoogagting mij vervoeren ? Gods gunst is onverdienbaar voor

een mensch. Simeon had zoo min, als wij, eenig regt op Gods genade. Alles, wat hem medegedeeld was, en verder zou worden, had hij uit vrije, ongehouden, onverdiende liefde.

Evenwel , daar Gods verborgen liefde zig ontdekt aan de geenen, die hem vrezen, Wat wonder dan, dat de Heilige Geest op hem was: dat hij met bijzondere openbaringen was begunftigd geworden, onder welke ook die was,

dat mij den dood niet zien zoude , eer

WJ den Christus des Heeren zoude zien.

D Si,

Sluiten