Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52 Simeon in den

De jaren der vertroosting waren aangebroken. God bad gedagt aan het woord zijner Genade, Israël had eenen Mesfias, de waereld had eenen Zaligmaker ontfangen. Davids Zoon en Davids Heer was in Davids Stad geboren. Hemelboden hadden dit heilrijk nieuws aan de herders van Bethlehem bekend gemaakt. Hij was gezogt, gevonden van Oosterfche geleerden. Geheel Jerufalcm was vervuld met het gerugt van dit kind. Alles aan hetzelve was aanmerkelijk. Er waren verfchillende omftandigheden vereenigd, die iets groots voorfpelden.

Zou Simeon van dit alles zijn onkundig geweest ? Men kan het niet denken. — Schoon hij het gewoel des levens moede, warsch van langer de bedrijven der bijgelovige en zedeloze menigte te befchouwen, zig in de armen der flille, afgezonderde eenfaamheid mogt hebben geworpen, om zijne overige, lange of korte levensdagen, inde bepeinfing, en de gelovige verwagting van het aan hem toegezegd heil doortebrengen, zal hij nogthans op alle gebeurtenisfen hebben gelet, van welken hij vermoeden kon, dat dezelve met zijne verrukkende uitzigten in eenig verband Honden. Wie weet hoe het hart van den vromen Grijzaart zal geklopt hebben, toen men hem het berigt

kwam

Sluiten