Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72 Simeon in den Tempel.

wagt er u dan voor, onderdrukt het, wanneer het bij u opkomt, gaat in de samenleving, zoekt nuttige bezigheden, befchouwt de Natuur, let op-het heerlijk het belonend einde van geduldig lijden, maar vooral bidt er tegen. Maar is het een verlangen om van de zonde bevrijd te zijn , om God vlekkeloos te mogen dienen, dat uwen aardfchen ftrijd niet belemmert maar aanvuurt, dat u niet traag, maar ijverig van geest maakt, dan moogt gij het koesteren, dan moogt gij vol onderwerping aan s1 Vaders fchikking roepen. Wanneer zal ik verlost worden van het ligchaam der zonde en des doods. Ik weet het Christenen! drukkend zijn de lasten der fterfiijkheid; geweldig woelt het vleesch ; hevig razen de vijanden ; bulderend ftormen de verzoekingen 3 het zou barbaarsch, onmenfchelijk zijn, hier te verbieden dat gij niet moogdet uitzien, verlangen naar het einde. Neen — ik belet het u niet, God verbiedt het u niet ziet er vrij naar uit, naar dat einde waarin al

dat geraas, al dat gewoel zal ophouden

ziet,ftaart - het uitzigt is lagchend, helder, vertroostend — gij laat de waereld agter, en gij vindt God — Jefus — niets —niets dan heerlijkheid en leven — zie uit mijn Chriftenl hef uw hoofd om hoog, en roep O Heere Jefus ! kom haastelijk! haastelijk! Amen! —

XII,

Sluiten