Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Christen. 79

dagt te waardig van den mensch en zijne beftemming om zijne begeertens uitteftrekken naar die kleine of grote beufelingen, die de menfchelijke aandagt innemen, het menfchelijk hart beheerfchen.

Zijne beftemming was Gods wil te doen, nuttig te zijn voor menfchen. En heeft hij dit wel ooit vergeten ? Was het niet de brandende zugt voor zijnes Vaders eer, die hem al in den ouderdom van twaalf jaren in den Tempel van Jerufalem voerde, om de Leeraars des volks te onderwijzen ? Was het niet de onverwrikbare begeerte om zijnen Vader in alles te behagen , die hem beftand maakte niet alleen tegen, maar deed zegepralen over die listige verzoekingen , met welke de Duivel hem bij het aanvaarden van zijne openbare bediening tot ongetrouwheid wilde vervoeren? Wie was er ooit beziger in het dienen, het verheerlijken van God, dan hij ? Ziet hem, daar hij tot het volk van Palasftina fpreekt van God en zijne wetten; daar hij zijne leerlingen onderwijst in de verborgenheden van zijn Koningrijk; daar hij het momtuig der geveinsdheid rukt van het fcheinheilig aangezigt der Pharifeen ; daar hij de gruwelen van hunnen menfchenhaat, de uitzuigingen hunner vrekheid , de fotheden van hun bijgeloof, de zeifsverhef-

fin-

Sluiten