Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Christen. 87

ten en vrienden betrof, altoos met een- menfchelijk gevoel gedeeld, en dit gevoel verlaat bem niet, met dit gevoel wil hij fterven. Nog dunkt mij, zie ik hem, dien edelen lijder, op het moordhout, en de tranen, welke hij over het onbekeerlijk Jerufalem onlangs weende , zijn

nog niet opgedroogd ik zie hem van het

hoge kruis, een blik van tedere liefde en hemelfche vertroofting werpen,op zijne in ftomme weemoed verzinkende Moeder — ik hoor, hoe tederlijk hij haar aanbeveelt, aan het voor

hem kloppend hart van zijnen Johannes

mij dunkt ik zie hem bidden voor zijne leerlingen, die hem verlaten hadden — nog wordt mijn oor getroffen, door die laatfte woorden der onbegrijpelijkfte liefde, uitgefproken met de kragt van eenen ftervende middelaar, Vader ! vergeef het hun, want zij weten

niet , wat zij doen. —■ Ja T. Jefus was een menfehenvriend. Dat alle menfehenvrienden hier en ginds verfpreid zig voor zijn kruis ftellen , en de palm aan hem toereiken. Zoo leefde er geen; zoo fterft er geen. Hij is de eenige, de onvergelijkelijke. O Jefus ! Jefus ! wie kent, wie roemt uwe, boven alle uitdrukking verheven, menfchenliefde. Dat wij

van verre van verre fiegts u mogten

volgen.

F4

Sluiten