Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•126" DE CHRISTELIJKE ZAGTMOEDÏGHEID

om kwaad te doen —» hij denkt met koele bedaardheid na over de befte middelen , om hem te temmen -—. en , terwijl de boosaartigheid zijnen vijand van fpijt doet op de tanden knersfen, is hij veilig en vergenoegd. Moet hij, om zigzelf te verdedigen, en zijne regten te handhaven, de bcfeherming der wetten inroepen, het gefchiedt met weerzin zonder

perlbonlijken haat altoos met eene be-

dagtfame wijsheid, en edele gematigdheid, die hem niets doen vrezen voor de bijtende verwijtingen van zijn geweten. En, verwondert ti dit T. ? Ziet hem.

Hij is even ver verwijderd van wraaklust,

als genegen tot vergeving. De toorn rust

in den boezem der dwazen. (*) De zagtmoe-

dige weet dit hij toont dit in zijn gedrag.

Indien zijn belediger nadeeligc gevolgen van zijne handelwijze ontfangt, dit fmart hem — dit vervult zijne ziel met de edcifte aandoeningen van menfchen liefde en zijne fmart

wordt alleen door dit hemelsch denkbeeld verzagt. „ Ik heb niets gedaan om mijn moed aan ,, te koelen." Hij is genegen tot verzoening hij ftcekt zijne hand broederlijk toe

aan hem, die hem vervolgde hij herhaalt

dit

C) Pred: VII: p.

Sluiten