Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172 geeft de geschiedenis van den

gebed T. dat wij er een model na nemen,

hoe gelovig, hoe ootmoedig, hoe kinderlijk, hoe alleen aan Jefus hangend wij in gezonde en in zieke dagen bidden moeten.

Jesus hoort zijn gebed. Wie kan het uitfpreken, welke vreugd Jefus zal gevoeld hebben , toen hij in 't midden van gewetenloze, gevoelloze barbaren, één mensch ontdekte; één mensch, die de regten der ellendigen kende , die in zijne lijdingen deelde; één mensch, die in billijken toorn ontftoken werd tegen den misdadigcn hoop van kleine, tegen hem woedende boosvvigten; één mensch, die wist, dat hij van alle zonden vrij, de reinfte onfchuld

zelfs was? Wie kan het uitfpreken, hoe

veel het zal hebben toegebragt tot verzagting van zijne lijdingen, dat hij één mensch ontdekte , die inzien had in het oogmerk van zijne komst op aarde, in den aart van zijn werk; één mensch, die hem eerbiedigde in dat zoo zeer miskend karakter van Koning, die begeerde van hem in gunst te worden aangenomen, en eenig deel te hebben in de heerlijke goederen, welken hij fchenkt aan allen, die zig gelovig onderwerpen aan zijne wetten. — Zekerlijk, Jefus gevoelt er vreugd over, en wat doet hij? Niets T., of men kon het van Jefus verwag, ten. Laat de Jood razen; de Overpriester fpot-

tend

Sluiten