Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekeerden kwaaddoener grond eriZ. 183

agting van de onfchuld, zijne fterkte van geest

in volle werking; hij belijdt openlijk cn

hij kan het niet zwijgen —■ dat Jefus onfchuldig is; hij belijdt nog meer, dat hij in hem alleen vergeving, zaligheid, en leven zoekt.

Op deze wijze ftel ik mij dit geval voor. En wat denk ik dan van zijne bekeering ? Dat zij eenigen tijd vooraf begonnen, alleen voltooid is geworden op het kruis. Of wilt gij liever; dat de belijdenis van zijn geloof in Jefus als den Zaligmaker, gepaard met alle de fchoone deugden, van welken wij eenige hebben opgegeven, ontdekte, dat hij reeds van de duifternis tot het licht, en van de magt des Satans tot God was overgebragt geworden in de gevangenis.

Daar valt dan uw fteunfel weg T. dat fteunfel, waarop gij leunt, en uwe bekeering uit» ftelt tot een fterf bed. Trouwens, indien maar de allergeringfte waarfchijnlijkheid pleit voor deze gedagte, en indien het tegenovergefteld algemeen begrip niet met onwederleggelijke, zig aan elk gezond verftand klaar openbarende bewijzen kan betoogd worden, dan is het de grootfte roekeloosheid zig met die hoop te vleien. In een zaak van dat onuitfprekelijk gewigt, als de bekeering is, dienen waarlijk geeM 4 ne

Sluiten