Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194 geeft de geschiedenis van den

lieden is de tijd van bekeering, en wie het heden niet doet, begaat eene dwaasheid die onverantwoordelijk , fteltzig aan een gevaar bloot, dat onbefchrijfelijk is. Of is het geen dwaasheid de gift van genade en leven van de hand te wijzen, onder voorwendfel dat men nog tijds genoeg heeft dezelve aantenemen? Is het geene blootftelling aan een naamloos gevaar, het wapenen tegen den dood uitteftellen tot het oogenblik, dat de dood zal treffen, alleen om dat er voor eenige honderd jaren een mensch geweest is, van wien het algemeen gevoelen gist, dat hij gelukkiglijk beveiligd is geworden, juist op het tijdftip, dat de dood reeds mikte op zijn hoofd ?

Ik heb ftraks gezegd dat er tot de bekeering veel gevorderd wierd. Trouwens, het is geene bekeering (ik heb bij fommigen uwer krankbedden gezien en gehoord, dat dit heilloos begrip van veclen wordt geliefkoosd) dat een mensch , die lang de waereld heeft gediend , en hierin belet wordt door eene zware, den dood aankondigende ziekte, zijnen Leeraar laat roepen , aan hem met een koud hart zegt, dat hij een zondaar is, hem laat bidden om vergeving, zig troost met Gods Barmhartigheid, en met het voorbeeld van den bekeerden kruife. ling. Gelooft mij T. men kan dit doen, men

Sluiten