Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I96 geeft de geschiedenis van den

als het op zelfsverlochening aankomt, en zoo

ilerk in de zelfsvoldoening dat hart, dat

zig vergaapt aan ijdelheid, en ingenomen wordt

door een oogenblikkelijk fchijngoed in dat

hart zouden die vereischtens zijn ? ! ! Kunt gij het geloven, vermoeden , gisfen, M. V. —■ • o ! dan is de verblinding der zonde al hoog bij u geklommen , en het gevaar 3 van zorgeloos ; voorttezondigen, en onbekeerüjk te fterven,,

aanmerkelijk gegroeid. ■ In uw hart T. zijn 1

niets dan beletfelen , bij God zijn de vereisch- ■ tens. En wat doet gij dan, als gij een werk,,, 't welk gij nimmer zonder God verrigtcn kunt,, verfchuift tot een tijdftip, dat u ongcfchikter: dan ooit zal maken om het te verrigten , ende: natuurlijke moeielijkheden tienvouwig zal verf meerderen, daar gij niet weet, of God , die u: nu zijne kragtige hulp aanbiedt, dezelve dan

ook zal fchenken ? Om Gods wil! T. laatl

uw geweten fpreken wat doet gij dan? —

Bij herhaling roep ik u d'arom toe M. V. heden, terwijl gij Gods ftem hoort, verhardt uwe harten niet. Hebt gij niet lang genoeg de nadeelen: van den dienst der zonde gcfmaakt? Hebt gij niet lang genoeg uw geweten geweld aangedaan, eni dat om een handvol der kortfte, der minstwaardige genoegens? Niet langgenoeg het zalig aandeel aan de gerqgtigheid van Jefus, het deelge^

noot-:

Sluiten