Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246 de groote goedert1erenh. van god

tig veele zijn hare fommen. Zoude ik ze tellen ? haarder is meer , als des zands (f) ?

Als wij aan ons eerste worden, ons te voorfchijn treden in de waereld meer dagten G. T. zouden wij dan niet meer gelegenheid hebben, om de genoegelijke gedagte te denken — God heeft ons gefchapen? Leven,beweging, gewaarwording, kragt om te denken, te genieten, te werken zijn immers de middelen , door welken wij Gods Goedheid kunnen genieten; en hangen deze niet af van het eerste punt van ons beftaan ? Zijn ze niet onaffcheidelijk van ons eerste worden ? Indien God ons dan, niet gefchapen had, waren wij er niet, en geen gefchapen kragt had ons kunnen voort.. brengen. Heerlijke voorftelüng ! God was, eer 1 wij waren, en hij wilde dat wij er zouden zijn., God dagt aan ons, eer iemand aan ons dagt,, en hij riep ons in het leven. God, de Hoo- • ge, de Algenoegfame , de Oneindige God, die geene fchepfelen nodig heeft, geene menfchen 1 behoeft, wilde dat wij menfchen zouden worden, en gaf ons het beftaan. O Heer! hoe: looft u mijne ziele, want gij zijt Goed ! onuitfprekelijk Goed!

(t) Pf. CXXX1X: 14-17.

Sluiten