Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OMTREND DE MENSCHEN. 2Ö7

zet u neder onder een lommervollen, fchaduw-

gevenden boom aan de kant van eenfnel-

vlietend beekjen zet u daar neder in ftille

rust nu is de Zon geweken, nu flapen de

vogelen, nu fluiten zig de bloemen , nu zijn alle de fchoonheden der aarde bedekt — denk dan na over 't geen gij van God gezien, van God genoten hebt, geduurende den dag; de ftilte, die er dan heerscht, is zeer gefchikt

voor zulke overwegingen en verhef uw

oog naar boven , zie daar de lieve fchoone

Maan, een heir van fonkelende Sterren

zie daar duizend fchoonheden, welke de dag voor u verborgen hield , met pragtvolle heerlijkheid voor uw gezigt ontrold ■ zie daar

Gods Liefde met meer dan Zonneftralen getekend op het paneel des Hemels. De Koninglijke Digter befchouwde dit fchoon toneel van des Scheppers Magt en Liefde dikwils, en als hij het befchouwde, als hij de verbijfterende gedagtejdagt „ dezelfde God, wiens Alvermo,, gende Goedheid zig over het heelal verbreidt, is ook Schepper, Verzorger, Weldoener, ,, van den mensch" dan riep hij, voortgerukt door de vervoeringen der dankbaarlte aanhidding, vol van gevoel zijner kleinheid, en Gods Grootheid, uit. O Heer! wat is de mensch ! dat gij aan hem gedenkt, en het

kind

Sluiten