Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 86* Gods gadeloze Barmhartigheid

om u voor Hem te vernederen; gij wilt gelukkig worden , maar niet, gelijk hij u gelukkig wil maken ; gij jaagt naar dingen , die nimmer uwen brandenden dorst naar beftendige gelukzaligheid kunnen (tillen ; gij wordt alleen gedreven door dwaze eigenliefde, en dezelve brengt u op paden des verderfs, en des doods; gij vernedert uwe natuur, terwijl gij ze meent te verhogen; gij let niet op Gods werken, en geboden der liefde; gij wordtin uw binnenfte dikwils eene waarfchuwende, opwekkende ftem gewaar, maar gij fmoort ze, dewijl ze u hindert in het genieten van de bevredigingen uwer zinnelijkheid; gij meent, dat gij uwzelf bemint, maar gij haat uwzelf; gij bederft u eiken dag meerder; gij fleept anderen met u ten verderve ; uwe kinderen , uwe huisgenoten , uwe onderhorigen, uwe bekenden, allen, die met u in eenige verbintenis ftaan, ondervinden in een of ander opzigt, dat gij een zondig, een diep verdorven fchepfel zijt. .

Menfchen ! erkent de gewisheid dezer diepnederflaande, fchaamtewekkende waarheid, en denkt aan God.

Ziet wat doet hij? Daar is God, de

Schepper en Beheerfcher der Natuur, die alle dingen heeft gemaakt, die alle dingen draagt — God, de Oneindige, in wiens hand het heelal

rust,

Sluiten