Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

30Ö Gods gadeloze Barmhartigheid

indien wij het uit dit oogpunt flegts befchouwen, maar hoe veel hoger rijst deszelfs waar- I de, indien wij het aanmerken, gelijk wij kunnen, mogen, en moeten, als een eigenlijk gezegd Hemelsch onderrigt aangaande den weg, langs welken zondaars met God kunnen bevredigd , in het bezit des verlooren levens herfteld,en tot het genot der hoogfte gelukzaligheden vatbaar en gefchikt kunnen gemaakt worden, om, en door dien Goddelijken perfoon, die van God is aangcfteld tot een Middelaar, een Heer der Menfchen. Als ik dan mijnen Bijbel in de handen neem, en ik lees: God

was in Chriftus de waereld met zich zelf verzoenende. Hij , die geen zonde gckent heeft, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, op dat wij zouden worden regtvaardigheid Gods in hem. Wij hebben de verlosfing door zijn bloed, namelijk de vergeving onzer misdaden. Dit is een getrouw woord, en aller aannee- • ming waardig , dat Jefus Chriftus is in de wae- • reld gekomen , om zondaren zalig te ma-

ken. (|) Als ik dit lees, en ik zie daar

God werkfaam in zijnen Zoon, om het van 1 hem afgevallen gefiagt van zondaars, langs ; zulk eenen koftbaren weg, met hem te ver- ■

zoenen ik zie daar, Gods Regtvaardig- !

heid I

(t) sCor, V: 19, 21. Eph. I: 7. iTim. I: 15.

Sluiten