Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

508 Gods dadeloze Barmhartigheid

wil die fcheiding wegnemen ; hij wil zonden vergeven, vergeten, uitdelgen, voor eeuwig; hij wil zonden vernietigen; hij wil die bronnen van de verfchrikkclijkfte, de wijdgrijpendfte, alle vreugd en geluk vernielende ellende floppen ; alles in orde brengen, wat zondaars hadden in wanorde gebragt; hij wil uit alle de onuitdrukkelijke rampzaligheid verloflen, waarin de zonde ons gedompeld heeft; hij wil ons aanmerken , als hadden wij geene van alle die millioenen gekende en ongekende, beweende en onbeweende zonden gedaan, welke zoo jammerlijk ons leven bezoedelen; hij wil ons van alle derzelver, in de eeuwigheid zig verliezende,

gevolgen bevrijden; en dit alles om niet

God! is het mogelijk? om niet, om Jefus wil. Niemand kon aan zijne onflerfe-

lijkheid denken, of hij moest zich over dit uitnemend gefchenk der Almagtige Goedheid jammerlijk beklagen. Allerhoogfl-rampzalig was de eeuwigheid, niemand kon zig voor dezelve bereiden. Waar niets dan dood was ,kent God, en biedt om zijnen wil, die den dood fmaakte, fchoon hij de Vorst des levens was, leven, eeuwig, zalig leven aan; leven in zijn gunst, in zijne gemeenfehap,in zijne nabijheid;leven naar den geest, leven naar het Hgchaam; leven naar alle kragten, naar alle vermogens; een leven, dat hier begint, door den dood des

Sluiten