Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Sneeuw. 381

dier befchouwen, overal wordt mijn oog verrukt door fporen van eenen Alwijzen, Almagtigen Werker, wiens Grootheid ondoorgrondelijk, wiens werk onnagaanbaar is. Het geen mij alle fchepfelen prediken , predikt mij de Sneeuw insgelijks. In het berigt van haren oorfprong gegeven is duifterheid. De kundigheden, op welken hetzelve is gegrond, vervatten , hoe bewezen anders, onoplolfelijke raadfelen. Ik kan over de vorming der Sneeuw vragen doen, die den verftandigften Natuurbefchouwer zullen doen verftommen ; vragen, welken hij met alle zijne natuurwetten niet zal kunnen beantwoorden; vragen, die hem tot de ongerijmdfte ftelfels der wanftaltigfte zinneloosheid zullen brengen , indien hij den eerlten Beweger van alles wil buitenfluiten. Dat deze onkunde den vermetelen dwaas ergere, mij niet. De donkerheid der natuurwerkingen is voor mij plegtig, eerwaardig, heilig, goddelijk. Zij beveiligt mij in het geloof, dat de waereld een gewrogt van God is, want een God, wiens werk van flof kan begrepen worden, is geen

God zij ontneemt de ergernis, die een

waanwijs vernuft vindt in de verborgenheden der Openbaring zij drukt voor mij het zegel op de onbegrijpelijke , de geheimnisvolle leerilukken van een Euangelie, 't geen ik als de wijsheid Gods eerbiedige, al noemde de ge-

bee-

Sluiten