Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

382 Gods Heerlijkheid

heele waereld het dwaasheid zij doet mij

mijne kleinheid, en des verborgen Scheppers grenzenloze Grootheid, met eene heilige fiddering gevoelen — zij ontfteekt in mijn hijgend hart vuurige verlangens, brandende begeertens naar dat tijdftip, 't welk ook hieromtrendvoor alle de aanbidders van een God, die zig verborgen houdt, meer licht zal doen opgaan.

De Sneeuw T. is iets gemeens, iets kleins, iets gerings in veeier oogen, maar zij is eerwaardig, groot,zij predikt Gods gadeloos Alvermogen op eene onweerftaanbare wijze , en kan een ding, dat deze groote, en vrugtbare waarheid predikt, gering zijn? Ziet de donfige fneeuwvlok aan, terwijl zij valt ■— o! kon ik u lust om haar te befchouwen, in het hart gieten! — ziet haar aan, befchouwt haar van alle zijden,en gij zult zien, hoe de heerlijke Wijsheid van God zig in elke fneeuwvlok affpiegelt. Voor het oog fchijnen zij allen op gelijke wijze gevormd te zijn, maar zij zijn het niet. De onvermoeide navorfchingen van opmerkfame Natuuronderzoekers hebben ontdekt, dat iedere fneeuwvlok, hoe ongeregeld deszelfs maakfel fchijnen moge, eene geregelde , allerfraaifte, meest aan Herren gelijkende figuur heeft; dat de eene fneeuwvlok onder, fcheiden is van de andere • dat iedere vlok verwon-

Sluiten