Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ijs de Sneeuw, 40$

ziet niet zelden, dat zij zigzelf in vleefchelij* ke gezindheid overtreffen. Geliefde menfchen 1 dit is verkeerd. Zo kunt gij nooit worden , 't geen gij zijn moet, om aan God te behagen. Eene ftandvastige, eene beftendige gehoorzaamheid, waarvan liefde de drijfveer, en geloof de bron is, kan alléén bekecring genaamd worden. Ik heb het u dikwils gezegd, hoort mij dan nu. Nog is de Sneeuw op het veld, zij zal verdwijnen wanneer God den dooi zendt, maar denkt dan, (indien gij dit beleeft, want dit weet Hij alleen, in wiens hand onze adem is, en zo gij eens geftorven waart, menfchen! ach! kille huivering giet zig verftijvend uit in mijn hart!! zo gij eens voor dien tijd geftorven waart, ach!! dan was er voor u geene verzinning, geene wetenfehap meer) denkt dan „ zo moet het met mij niet zijn, gelijk het

met de Sneeuw is. Langmoedige God ! ver„ draag mij nog eenige oogenblikken. Ik wil ,, u met een opregt hart ftandvaftig dienen. „ Niet nu en dan , niet uit vreze, niet in „ fchijn, maar altoos, kinderlijk .lief hebbend , „ opregt , in geest en in waarheid , met „ een ongeveinsd hart , met ziel en lig-

chaam wil ik u dienen. Alweter ! gij kent „ mij —- ach! mijn hart is zoo bedriegelijk, „ zoo bekoorbaar, zoo ligt afgetroggeld,zoo „ onbeftendig, zoo onopregt, zoo onbeftand Cc „ te-

Sluiten