Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2° )

fterken en te bekragtigen in de daadlijke uit» oefening van hunne zedelijke christelijke pligten, en in het ftreeven naar innerlijke zelfverbeetering.

g.) Eindelijk, de verzekering, dat god alle menfchen, naar hun licht en toeftand, rechtvaardiglijk zal oordeelen , om hen te doen gevoelen het loon hunner daaden.

Het plan deezer Verhandeling laat niet toe, deeze fchets van Godskennis en Godsvereering — als deel der waare Volksverlichting — breedvoeriger uit te breiden ; maar het zou alleen een wenk zijn, wat, in mijne oogen , tot dit Ituk behoorde gebragt te worden , indien een Staat den naam van verlicht kan dragen. Moge het waar zijn , dat eenige zaakeh nog daarbij of daar af moesten, ik "twijfel geenzins, of men zal (dank zij de Eeuw, waarin wij Leven!) daarin niets vin.'en, wat tegen den Geest des Chrisfendoms of tegen de goede zeden aanftootelijk is.

TWEEDE STUK.

Nu komen wij tot het tweede ftuk eener waare Volksverlichting:,, eene geregelde zelf,, kennis — zo wel ten aanzien van de alge,, mecne gefteJdhcid der ziele en des ligbaams,

als ook van het bijzonder Caractcr van den „ individuëelen mensch."

Men kan het (behoudens het denkbeeld eener waare Volksverlichting) gerusteiijk daarbij laa'en , dat het volk zich den mensch voorftejle als een weezen — zamengefteld uit een

ftof-

dachtsoefeningen, het leezen der 11. Schrift, omgangmet goede menfchen, zelfbeproeving, Doodsgedachten, enz.

Sluiten