Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 21 )

ftoflijk ligchaam en een onftoflijke ziel, waar van het eerfte, zinnelijk, het andere, redelijk is; mits dat men onderftelle, dat de woorden zinnelijk en redelijk beide duidelijk verftaan worden.

Doch, boven al, is het nodig , dat onder het nlgemeenverfpreidzijn de rechte kennis en begrippen van de vermogens en kragten der ziele — als van het redelijk ver/land, het geheugen, den wille — het oordeel— de verbeelding — en het geweeten; terwijl, te gelijk, de beste middelen moeten gekend worden, om deeze vermogens en krachten te ontwikkelen, te vcrfterken en te vcreedelen: op dat de menfchelijke natuur een recht bezef hebbe van haare hooge waarde en voortreffelijkheid.

Ook de kennis van de gefteldheid des lighaams is een onmisbaar gedeelte van het geheel der Volksverlichting, de kennis , namelijk, van zijne Mérkte en zwakheid ; van de zamenftelling en verbindtenis tusfehen alle zi ne deelen; van zijne krachten en vermogens; van het gevaar der verzwakking, der afmatting, der overfpanning, en der ziekten; van de beste middelen om dezelve voor te komen, en. het lighaam te vcrfterken ; en bijzonder van diens invloed op de ziel; — alle 't welk in een verlichten ftaat niet mag ontbreeken.

In het bijzonder komt hier nog te pas, dat ieder mensch recht bekend is met zijn eigen Caraeter — met zijne goede en zwakke zijde, met zijn temperament, met zijne driften, met zijne gebreken en, zo zij 'er zijn, ook met zijne misdaaden.

De grnote vraagen : wie ben ik ? — hoe is mijn gedrag? —"waar voor moet ik mij het B 3 meest

Sluiten