Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 29 )

— den'burger van den Staat, als medeburger

— zijn vriend,als vriend — zijne moeder, als zoon behandelde , en dat hij als vaderlander, niet alleen de wetten van den Staat vervulde, maar zelf dat hij het algemeen belang meer dan het zijne , het zedelijke meer dan het tijdelijke waardeerde ; ja zijn Waereldburgerfchap beftond , met één woord, — daarin, dat hij, in elk geval, ieder weezen,vriend of vijand, deugdzaamenofgodloozen (niet dezelfde diensten bewees, maar) zo behandelde,als hij zou wenfehen, in dat bijzonder geval, van ieder bijzonder mensch behandeld te worden; niet flegts , dat hij geen onrecht deed, maar ook, dat hij aan elk die liefde , barmhartig, heid, vergeeflijkheid, en dat medelijden betoonde, welke hij, in zijn geval, met kon eisfehen voor den aardfehen rechtbank, maar kon wenfehen van een kind des algemecnen vaders — van een broeder.

De waare Volksverlichting, derhalven, aangaande de kennis van 's menfchen pligten, moet daarin beltaan: dat het volk alle zijne onderfcheidene pligten , in iedere bijzondere betrekking en omftandigheid , kan afleiden uit het beginzel der algemeene menfchenliefde ; dat dit beginzel van het zelve uit overtuiging aangenomen wordt — niet flegts uit gemeennuttigheid , niet uit hoofde van belang — maar uit liefde en gehoorzaamheid jegens god, den Vader, den Wetgeever, den Rechter, den Vergelder; zo dat de vraag: wtfarom moet gij uw vaderland beminnen ? waarom moet gij uwe burgerlijke plichten waarneemen? waarom moet gij uwe ouders, familie en vrienden

Sluiten