Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 50 )

de fpiegel, die niet vleit, niet verduistert, maar die , tot in de kleinfte trekken, alle de roerzeis en drijfveeren van het gemoed openlegt, zonder iets te bedekken of op te fmukken. — En is deeze fpiegel niet van het

hoogfte belang tot het vormen der zeden

van het hoogfte gewicht, om met ijver en vrucht aan het werk der zelfverbetering te arbeiden? Is deeze fpiegel niet noodzaakelijk zelf, indien de mensch waarlijk zijn hart zuivel en en reinigen zal ? Ten minften dit is zeeker, dat zonder kennis van zijne zwakheden en gebreken, zonder kennis van derzelver bijzondere aanleidingen en beweegredenen, aan geene grondige geneeging van het kwaade kan gedacht worden.

En niet alleen in dit opzicht, maar ook ten aanzien van de gefteldbeid der ziele en des ligchaams, en van derzelver verbindtenis met elkander, als mede van hunne bijzondere vermogens en krachten — is deeze zelfkennis een onmisbaar deel om op te klimmen tot die zedelijke volmaaking, waarvoor de menfchelijke natuur vatbaar is. ö! Wat onheil heeft haare onkunde in dit ftuk onder de menfchen niet te weeg gebragt! Zij is het,waardoor duizenden, aan de ééne zijde, in hoogmoed en moedwilligheid alle de grenzen hunner natuur overfchreed en , als 't ware , den Hemel getrotfeerd en beftormd hebben. Zij is het, waardoor men, aan den anderen kant, alle gevoel van 's menfchen waarde heeft veriooren, en neêrgezonken is in een ftaat van geestelijke onmacht, die zo veelen verleid heeft, om de handen in den

fchoot

Sluiten