Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 51 )

fchoot te leggen en de menfchelijke vrijheid gevangen te geeven aan den ingebcelden invloed van bóyennatüurljke krach,en — 't zij ten'goede — 't zij ten kwaade. Maar laat de njensch verlicht zijn in dit ftuk zo zal van dit alles niets te vreezen zijn Vol gevoel van zijne zwakheid zal dj nederig b kennen, datziel en ligchaa'rn beiden omfchieven zijn binnen zeer enge grenzen van doorzien): eu macht, waarbij net heet: tot hier toe en niet verder; Doch ook te gelijk zal hij begrijpen, dat de mensch, die vertrouwen heeft, en met ernst wil , alles kan wat groot, fch'-on en edel genaamd mag" wordpn. Dit veitrouwen, op overtuiging gegrond en door ordervinding beweezen, is de z-el der waare deugd , de moeder der zeden en de . rijf,eer tot édele daaden en gelijkvormigheid van Caracter. Zonder dit is geen waare grootheid — geen adel des harten ooit te verwachten. Zonde dit kunnen geestJrijverij en ver: itte verbeelding hier en daar wonderen'doen van heldhaftig- en édelmoedighéidjj maar uit is het vuur van ftroo gelijk, dat in vollen gloed opvliegt tn — vergaat. Duur. zaa -ie, ve* warmelde en algèmêénje zedelijkheid is - buiten dit eigen krachtgevqels een ijdele wensch. Het weeten wat de mensch kan en vermag, is eene noodwendige voorwaarde, ?al hij waarlijk opklimmen totdat yerheevéo toppunt van «ch zelf gelijk blijyei e ze lelijke grootheid, het geen maar weinige edelen genaderd zijn, het geen alle menfchen bereiken kunnen zo zij waaili.k deeze verlichte kennis hebben. Met recht D a zei«

Sluiten