Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 5* )

zeide daarom iesus: — allt dingen zijn moug'ijk den geenen, die gelooft.

II. Misfchie/Jl (om verder te gaan) zal de grondige kennis van het bijzonder tijdelijk beroep der Staatsburgers, onder alle (tanden, in fömmige oogen niet fchijneh als bevorderlijk tot goéde zeden ; daar dit , gelijk men zegt, alleen de Waerejdfche zinken betreften dus niet onmi.ddelijk in verband (bat met zedelijke braafheid"? daar iemand, die zijn werk niet" grondig véfftaat,, ook even deugdzaam zijn kan in zi n doorgaand leven, als de meer verlichte in dat vak. — Doch bij een Urenger onderzoek znl het tegendeel wel zeer duidelijk in het oog vallen, en dus bewaarheid worden , dit deere Beróepskuhde een onaffcheidbaar gedeelte uitmaakt van eene zeden veredelende Volksverlichting. — Arbeid immers, bezigheid en vlijt zijn op zichzelven bet meest gefchikt om het gewoon menfehelijk gedacht te houde i binnen de paaien van ingetogenheid, en te bewaaren voor de fchadélijkè uitlpatt ngen van den altijd werkzaamen geest, die, zo dra de mensch geen vast beroep heeft , zeer fchielijk vervalt in het na aagen van het onbetaamlijke. W;e weet niet, dat mangel aan dagelijkfcbe bezigheden l ij het gros der menfchen, zo wel onder rijken als arme'!, da groote oorzaak is, waardoor zij z'cfirccnig-n-.al de pa.'en der dwaasheid betreden , waarop zij fchande , ziekte en dikwjls burgerlijke ftraffen ten loon ontvang n? vV'te weet niet, dat één doelmatig arbudsliuis, tot veihoeding der'zedeloosheid,

meet

Sluiten