Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 75 )

plak. Aan zulk een meester worden de kinders vee'al Toevertrouwd, door wien zij, naar den ellendigften leertrant, in het (pellen, leezen en fchrijven onderweezen worden, zonder eenïge regels of grondbeginsels; bij wien zij een duister Godsdienftig, ot bever, Godgeleerd vraagboek, 6 of 8 maal van buiten leeren, om als de raaf te kunnen klappen ; bij wien zij een Gebed, gelijk men het noemt, alle dagen herhaalen en tot vervelens toe opdreunen, als ot 't een tlraatlied ware, en waarvan niemand der zogenoemde bidders iets verftaat, waarbij niemand — iets denkt; bij wien zij, nu en dan, een > ge regels uit het Bartjens leerboek nafchrip-en, en reeds in den regel van drieën zim, eer zij de eenvoudigfle vraagen , buiten het boek, kunnen beandwoorden; bij wien zij, als het hoog komt, het ut, re mi, leeren uitfchreeuwen, dat men het wijd en breed hooren kan. Is de leerling zo verre gekomen, zo is hij — een wonder van de fchooi, en de meester geeft het loffelijk getuigenis, dat de jonge perfoon — uitgeleerd is Uitgeleerd! en'men weet nog niets. Nadenken, oordeelen . vergelijken , onderfcheiden he^ft niemand geleerd ; geen wonder: de mees.er zelf kan het niet. — De ouders , die vooral niet verder kwamen, zijn zeer te vreden, en laaten nu hun kind zich toeleggen op een tijdelijk, beroep.

Deeze fchets is waarlijk met met een te zwarte kool geteekend; zij kan overal op het platte land en zelf in veele (leden bevestigd gevonden worden. — Bleef het hier

Sluiten