Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f Ï2 )

frhaffen, zonder dat een ander het geheel kan ftooren, dat hij alleen voor zijn huisgezin behoeft te zorgen, en alleen met zich zeiven heeft te rekenen.

Hoe onbezorgd eindelijk is het leven van den Landman, in vergelijking van het leven dier geenen,die door hunne opvoeding meer behoeften gekregen hebben, en voor hun Hgchaam, voor hun geluk en genoegen meer menen nodig te hebben, dan in de daadl plaats neeit! Hoe dikwerf leven deze vol zorg-, om zich allerlei overvloed van geld, van vermaaken, enz. te verfchafLn, waar mede de Boerenibnd niets te doen heeft, zoo lang, en in zoo verre deze zich aan die zekere waarheid houdt , dat eenvouwige tiitfpanningen, en vaderlandfche kost en kleding, voor ons ligchaam voldoende zijn,en veel beter voor ons geluk berekend, dan te hoop; gefpannen weelde en kommerbaarende overvloed. Zoo denkende , leeft de Landman onbekommerd, als hij dat geene maar mag genieten, dat de aarde en de dieren hem kunnen verfchaflen.

9.

In den Boerenftand worden genoegens genoten die men in andere panden weinig of geheel ' niet aantreft.

}) De Landman eet met honger en fmaak Zijne aanhoudende ligchaamsbewcnno- verteert de genotene fpijze; zijne korte" doch voldoende (laap vermoeit niet, maar verfterkt, en bevordert de fpijsverteering: zoo dat hij altijd,

voor

Sluiten