Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dom uitmaakt,, zo dat ieder Lid in dien ftand, eene naauwkeurige kennis behoort te hebben, van zijn eigen kring ; van zi n verband tot denzelven ;en tot dien van het geheele mensch-

dom.

De keten der dingen, welke in al het gefchapene doorblinkt, is geenzins bij de bijzondere rangen van het menschdom ontfchakeld. Deze ftaan of vallen met elkander, hoe paradox deze Helling ook zomtijds fchijnen moge. — Zij verrijken elkander; verlichten elkander, en maaken elkander gelukkiger, naar maate zij, in hunne kringen meerder of minder werkzaam zi n, om hun eigen belang te bevorderen : dat is: om edeler, gelukzaliger, en telkens waardiger voor de oniterfliikhefd, hunne zekere beftemming! en overeenkomftiger met hunnen oorfprong te worden.

Het geluk van het algemeen wordt dan, te gelijk met het geluk van den gemeenen Burger, bevorderd, zo dikwils men het doelwit dezer Maatfchappije bereikt Maar dat doelmerk wordt nog edeler, zo dra men in aanmerking neemt, dat, wanneer men den gemeenen man verlicht, men dan te gelijk den middenftaat, en deze den hoogeren noodzaakt, om ook in hunne leringen volmaakter te worden. Immers, men kan in geen zo duistere plaatfe, een openbaar licht ftellen, dat het de mindere donkere en aangrenzende plaacfen niet zoude aandoen. En ciit is waarlijk nog een fpoorilag te meer, om in onze oefeningen niet te verflaauwen, maar rustig voord te treden.

Ik erken zeer gaarne, dat onze gemeene lieden , over het geheel genomen, misfehien meer verlicht zijn, dan die vaa andere landen i 'ei

Sluiten