Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 49)

Dat dit buiten twijfel, en tevens, dat eeö vroeg onderwijs der jeugd noodzaakelijk is, blijkt uit de woorden van mos es: ,, Wan* „ neer uw zoon u morgen vraagen zal: wat 3, zijn dat voor rechten en inzettingen, die „ de Heere onze God u lieden geboden

„ heeft? Zo zult gij tot hem zeggen: ■

„ Deze inzettingen zijn ons voor al-

„ toos ten goede, om ons in 't leven te „ behouden, gelijk het ten dezen dage „ is."

Die Zedenmeesters, die het met de agt of tien jaaren vroeg genoeg keuren, om aan de kinderen, het denkbeeld van God en Godsdienst, en dus ook van het Gebed, voor te Hellen , dwaalen na mijn inzieH. Ik erken wel, dat de vrije loop der gedachten van een kind, door de leerftelfels van onze voorvaderlijke geloofsbelijdenis belemmerd wordt; maar zal het oordeel van het kind, op, of even naa de tien jaaren, zonder mistasting, onfeilbaar zijn ? en waarom zoude men jonge kinderen opzettelijk van geloofsbegrippen moeten fpreeken?

Ik raade u derhalven, vaders en moeders? 't is uw pligt, fpreekt tot uwe kinderen vroeg van- God en Godsdienst; maar nooit van bijzondere begrippen. Daar is een oneindige voorraad, in de werken der fchepping en onderhouding; bijzonder in des Scheppers aanweezigheid en beftaan, om uw kind, God te leeren kennen en liefhebben. Is dit weik, tot uw genoegen volbragt. leert het dan onze nadere betrekking tot God, uit de werken van liefde en genade, tot behoudenis zijner onflerfelijke ziele. Uw kind zal zeer zeeker D bg.

Sluiten