Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 79 )

vinden is ; van wien God zelve tweemaal aan het Menschdom deedt uitroepen : de„ ze is mijn Zoon!" en elders: „ die in ,, hem gelooft, heeft het eeuwig leven."

Daar is eene voorzien!gheid, die over alles de wacht houdt en omtrent de voordduuring der dingen zorgt; die menfchen en beesten voedfel en alle vervulling verfchaft, en buiten welke geen fchepfel leeven kan. Zij gaat over alle dingen- De Pfalmdichter laat zich hier over aldus hooren:

Zelfs vindt de musch een huis, 6 Heerl De zwaluw legt haar jongskens neêr In 't kun/lig nest, bij uwe altaaren l

Daar is een wet en een euangelIr welke ons voorfchrijven, onze verpligtingen: de betrachting der liefde Gods boven alles, en die van onzen naasten als ons zeiven. Voords is het H. Euangelie eene „ kracht Gods tot zaligheid, een iegelijk die „ gelooft."

Daar is een opstanding naa dit leeven. Thans weeten wij, ,, dat onze Verlos„ fer leeft, maar bij die gelegenheid, zal hij „ over het ftof opftaan : en als onze huid „ doorknaagd is, zullen wij, uit dit ons

vleesch, God aanfchouwen " Niets maakt den mensch boven de redenlooze dieren voortreffelijker, dan de onstekfeelijkheid der ziele. In deze is al de verwachting en hoope van een Christen. Terwijl de v e rgelding naa dit leven, hem doet uitzien j naar een beter vaderland. Hij vertrouwt

Sluiten