Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t 118 )

der waarheid, ons zei ven kunnen verzeeketen , dat wij reeds aanmerkelijke vorderingen , op dit heilrijke pad tot ons hoogfte geluk, tot onze zaligheid gemaakt hebben.

Wanneer wij in ons zeiven ontdekken, dat wij bij eene dankbaare, redenlijke genieting der aardfche genoegens , nogthands nimmer onze harten daar zodanig aan vasthechten , dat deze met den wensch naar

hoogere hemeliche genoegens , eniger-

maate in gelijkheid komen zouden.

Wanneer wij; door eene onafgebrooke, dagelijklche beoefening van alles wat braaf, wat edel is, die zo onvermijdelijk noodige gefchiktheid trachten te verkrijgen, die ons in ftaat ftelt, om met die verhe ven wezens te kunnen overeenftemmen, met welken wij in eene nadere becrekking en omgang wenfehen te komen; met een woord wanneer wij dat gene in ons gevoelen , het welk onder de uitdrukking hemelschgezindheid verftaan wordt

Dan, ja dan , kunnen wij , bij voorraad, reeds in dit fterfelijke leven, den waaren voorfmaak dier hemelfche genoegens ondervinden, — dier genoegens, welker befchrijving, ja welker bevatting, alle onze tegenwoordige denkbeelden, oneindig verre, te boven gaat.

Ziet daar een flaauwe fchets van de voortreffelijkheid der zedelijke der ver-

ftandige genoegens : eene geheel volledige befchrijving , kan ik van dezelve niet gesven j zij laaten zich denken en gevoelen, maar om dezelve door woorden te willen bepaalen , zoude eene onuitvoerbaare onderaeeraing zijn.

Sluiten