Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 176)

bevorderd worden. Deeze drift is ons zo natuurlijk eigen , dat wij zouden ophouden menfchen te"zijn, zodra wij die neiging niet meer gevoelden.

De voorwerpen van het geluk zijn, in de denkbeelden der menfchen , zo verfchillende , als 'er menfchen zelve zijn. Ondertusfchen kan het als zeer onverfchillig worden aangemerkt , waarin iemand zijn geluk Helle , mids het niet aanloope tegen de zedelijke en burgerlijke plichten, en dat onze wensch een wezentlijk goed bevat, waardoor ons genoegen kan bevorderd worden, zonder dat van onzen evenmensen te ftooren.

In het vervolg zullen wij gelegenheid hebben , dit nader optehelderen. Dan', om ons onderwerp geregeld, en in eene behoorlijke orde voortedraagen, zullen wij handelen:

" I. ,, Over onze verplichting, om nuttige ,, en noodzaakelijke kundigheden bij den geringen'burger te vermeerderen, ten einde hij voor zich zeiven ge,, lukkiger, en voor de famenleving ,, nuttiger worde. II. ,, Over de gelukkige gevolgen, welke, ,, door de vermeerdering van kennis ,, bij onzen medemensen, tot ons eigen genoegen ontdaan."

De wijze Schepper van 't Heelal heeft het genot van 't aardsch geluk voor de menfchen in 't algemeen zodanig bepaald, dat zij, willen ze daaraan deel hebben, elkander moeten behulpzaam zijn, om 'er gebruik

van

Sluiten