Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roodzaakelijkfle behoeften des levens heeft , zal ook de welvaart in de famenleving altoos minder of meerder kwijnen, naar maate dat gebrek algemeener of bepaalder onder de frmille gemeente heerscht. — Hiervan was Czaar Peter zowel overtuigd , dat hij, met iemand in gefprek zijnde, over den meerderen of minderen voorfpoed der onderfcheidene Landen , zeide : „ mijne Rusfen zijn nog

,, te dom; zij kennen geeifê welvaart, en daarom zoeken zij ze 'ook niet. Ik moet hen eerst kundiger zien te maaken; en om dit te bewerken, nodige ik alle foorten „ van Kuriftenaaren in mijn Land, om hen

te onderwijzen." Een antwoord ,

waardig aan den grooten hervormer der Ilusfen.

De ondervinding heeft ook bij alle volken beweezen, dat de welvaart in een Staat niet algemeen uitgebreid kan worden , ten zij de geringe klasfe van menfchen zo verre in kundigheden vordere, dat zij behoorlijk voor haar onderhoud kan, zorgen, zonder gevaar te loopeu, van gebrek te zullen hebben: alzo in een alte bekrompen ftaat, en daar, waar dikwijls gebrek aan 't nodig onderhoud is, de lust tot onderzoek , en de werkzaamheden van den geest verdooft worden ; terwijl in het tegenoverflaande geval, de ingefchapene drift elk fterveling noopt, zijnen voorfpoed zo verre te verbeteren, als het met zijne omfhndigheden, waarin hij zich geplaatst vind, overeenkomt, of zijne kennis toelaat, om de verbetering te bewerken.

Doch zo algemeen bij ieder mensch de zucht

is,

Sluiten